background

Blog


Reflecties over coöperatie

Opnieuw discussie rondom kapitaalstructuur Fonterra (NZ)

Sunday, 9 May 2021 14:03

Het wordt weer spannend in Nieuw-Zeeland! Al voor mijn proefschrift (2001) volgde ik de ontwikkelingen bij de rechtsvoorgangers van Fonterra op de voet. Toen de fusie van deze zuivelcoöperatie uiteindelijk toch tot stand kwam later in dat jaar, werd al meteen helder: men koos voor een opzienbarende kapitaalstructuur. Waar men een vrij klassieke structuur kende met nominale NZ$1-aandelen, stapte men over naar ‘fair value shares’ die ieder jaar door een extern waarderingsbureau opnieuw geëvalueerd zouden worden. 

Het bleek al snel een onhoudbare structuur—zodra de groei van de melkplas zijn maximum zou bereiken. Daarna zou elke nieuwe generatie Fonterra feitelijk moeten ‘kopen’ van de vorige generatie. Maar met de geruststellende situatie dat Fonterra zelf altijd tussen de koop en verkoop in zou staan. Voor de onderneming een potentieel risico, want wat als de vraag naar aandelen (in feite het aanbod van melk) zou dalen beneden het aanbod? Dan zou er een verzilveringsrisico optreden (‘redemption risk’) van deze aandelen. Aanvankelijk beoogde het bestuur een beursgang, hetgeen bovendien goed zou zijn voor de koersvorming van de aandelen. Meer vraag verhoogt immers de koers. Het gehele lidmaatschap, dat hierin niet geconsulteerd was, viel over het bestuur heen en men moest bakzijl halen. 

Enkele jaren later kwam men alsnog terug met een afgezwakte variant van een schaduwnotering van in feite gecertificeerde aandelen (zonder stemrecht): “Trading Among Farmers” (TAF). In eerste instantie kreeg het bestuur de handen hiervoor op elkaar, maar toen de details helder werden, kwam de vraag om een ‘second vote’, een herstemming. Het werd toen even knap spannend binnen de democratische dynamiek van de Nieuw-Zeeuwse zuivelsector, die als hoog-politiek bekend staat. Ook letterlijk: zelfs de minister-president liet zich in het openbaar uit over het voorstel. 

Vanuit een coöperatief perspectief was ik niet enthousiast over het TAF-voorstel. Ik meende dat het grote risico’s zou inhouden voor de continuïteit van het ledeneigendom en deelde mijn twijfels met enkele artikelen in de lokale vakpers (zie onderstaand). Een groep bezorgde leden onder leiding van een pientere en zeer vasthoudende dame, Leonie Guiney, nam contact met me op. Ik besloot me aan hun kamp te verbinden en ze verstrekten opdracht om een contrastudie uit te voeren. Het werd spannend, maar het communicatieve geweld vanuit het Fonterra-apparaat was dermate krachtig dat ‘we’ uiteindelijk weinig kans hadden. En toch scheelde het bij de herstemming uiteindelijk maar weinig. TAF ging door; ik verliet enigszins aangeslagen het land en moest echt even afstand nemen. 

Met Leonie Guiney hield ik leuk contact, ontving haar zelfs een aantal dagen hier in Nederland waar ze verschillende voordrachten hield. Ze haalde het zelfs tot het Fonterra-bestuur, werd na een paar jaar afgezet door het bestuur en wist opnieuw gekozen te worden! Niet alleen in termen van ledenfinanciering maar zeker ook qua coöperatieve governance—Fonterra is een enorm leerzame casus.

En nu begint het gesprek dus opnieuw. Ik ga er toch maar weer eens goed naar kijken de komende weken! Ook relevant voor FrieslandCampina, overigens, die in een soortgelijke situatie en discussie zit rondom haar ledenobligaties die evenmin volhoudbaar zijn. Maar qua democratische dynamiek van een totaal andere aard, ondanks dat zich ook hier inmiddels een groep ‘bezorgde leden’ heeft gemeld. En zo is het nog steeds “never a dull moment” in de coöperatieve zuivelindustrie.


Achtergrond: